Over het rode antependium
Met Pinksteren hing het rode antependium aan de hoge kansel en over de tafel. Bij de bevestiging van nieuwe ambtsdragers in juni zal ook rood de kleur zijn. Verder past rood bij gedenkdagen van martelaren als Stefanus (26 dec.) en “onnozele kinderen” (kindermoord te Betlehem, 28 dec.), maar dan moet er op die dagen wel net een dienst zijn. Rood is de kleur van het (martelaars)bloed, van de liefde en van vuur.
Naar het vuur van Pinksteren vooral verwijst ds. Sienie Wiersma-Smelt in haar beschrijving van het rode antependium in onze kerk: “Alle aandacht valt het eerst op de witte duif die in volle vaart de atmosfeer doorbreekt en met uitgespreide vleugels neerstrijkt op de aarde. Tegelijkertijd schieten zoveel vurige tongen als vlammen omhoog, dat de hele aarde in vuur en vlam staat. De duif is hier het symbool van de Heilige Geest, die bij de doop van Christus in de Jordaan in deze gedaante op Hem neer daalt. Ook de vurige tongen zijn het symbool van de Heilige Geest. Dit naar aanleiding van het Pinksterfeest in Jeruzalem in Bijbelse tijd. De aarde is boordevol vuur van de Heilige Geest. Deze wil onze harten laten branden van liefde, ons verstand verlichten en ons kracht geven om te leven.
Wij delen in het vuur
dat neerstrijkt op de hoofden,
de vonk die overspringt
op allen die geloven.
Vuurvogel van de vloed,
duif boven de Jordaan,
versterk in ons de gloed,
wakker het feestvuur aan.” (lied 687:2)
Ds. Gert Wybe van der.Werff
Over het witte antependium
Sinds Pasen hangt alle zondagen van de Paastijd tot en met “Wezenzondag” (zondag voor Pinksteren) het witte antepedium (betekent letterlijk “voorhangsel”) over de avondmaalstafel en aan de hoge kansel. Wit is de kleur van het nieuwe leven met Christus, dus van de Opstanding, van feest, licht. Reinheid en nieuwheid. Het is daarom de kleur van de hoogtijdagen: Pasen, Hemelvaart, Kerst, Zondag van de heilige Drievuldigheid of Trinitatis (zondag na Pinksteren) en de zondagen na Pasen en Kerst. Bij het huwelijk kan de kleur wit of rood zijn en bij een begrafenis wit of paars. In de beschrijving van de kleden van de hand van ds. Sienny Wiersma-Smelt - zij schonk destijds de kleden aan de (toenmalige) Hervormde kerk – staat als toelichting bij het witte antependium: In het midden zien we de goudgele zon als symbool van Christus die verschijnt als het licht voor de wereld.
Maar God heeft naar ons omgezien!
Wij, in de nacht verdwaalden,
hoe zou het ons vergaan, indien
Hij ons niet achterhaalde,
indien niet in de duisternis
het licht dat Jezus Christus is
gelijk de morgen straalde. (Gz.169:4 oude liedboek)
De opkomende zon voor Christus die uit de dood is opgestaan en het kwaad heeft overwonnen. De Zonne der gerechtigheid komt omhoog uit het water van de doop en de dood en klimt op tot het nieuwe leven zoals de groene olijftak in de snavel van de duif dat laat zien en tot de eeuwige vrede zoals de duif met de gouden contouren dat toont.
Christus is onze vrede
Hij die onze bondgenoot
geworden is, heeft in zijn dood
de dood voor ons verslagen. (Gz. 203:4, olb)
De goudgele cirkel verbeeldt ook de wereldbol en is zo teken van de wereldwijde uitstraling van het evangelie. Ook stelt het de wereldbol voor die uit het water van de zondvloed oprijst. Het symboliseert dan de eeuwige trouw van God, die ons redt uit nood en dood en die nooit loslaat van wat Zijn hand begon. De duif en de olijftak betekenen dan het nieuwe leven en de vrede van God die alle verstand te boven gaat, zullen overwinnen,
Geweldiger dan water en dan wind
Is in de hoogte God die overwint.
Geweldig is de Here die zijn voet
plant op de nek van deze watervloed. (Ps.93:3)
Ds. Gert Wybe van der Werff
het paarse antependium
Over het paarse antependium
In de kast op de orgelgalerij waarin de antependia worden bewaard (meervoud van ante-pendium; betekent letterlijk “voorhangsel” en zijn de kleden die over de avondmaalstafel liggen en aan de hoge kansel hangen) vond ik een beschrijving van de kleden van de hand van ds. Sienny Wiersma-Smelt. Zij heeft destijds de kleden aan de (toenmalige) Hervormde kerk geschonken, zo is mij verteld. Het papier is al die jaren keurig bewaard gebleven en het lijkt me aardig van haar toelichting bij het kleed, waar we nu tot in de Stille Week naar kijken, weer kennis te nemen.
Paars is de kleur van inkeer en ingetogenheid, boete, rouw. Het is naast de kleur voor de Veertigdagentijd als voorbereidingstijd op Pasen ook die van de voorbereidingstijd op Kerst: Advent. Het kan als kleur bij begrafenissen worden gebruikt, naast wit. Over de afbeelding op dit kleed schrijft ds. Wiersma-Smelt: In het centrum staat het Christusmonogram: de X en de P. Het zijn de Griekse beginletters van de naam Christus. De X=Ch. De P=r. De korenaren en de druiventros zijn verbonden met Christus. Hij is voor ons als brood om van te leven en wijn om feest te vieren. Zijn lichaam dat gebroken is als brood en zijn bloed dat vergoten is als wijn redt ons van zonden. Wij eten en drinken en worden ons bewust van onze zwakheden en van de genade van Christus. Wij delen het met elkaar en zijn in dankbaarheid en vreugde bijeen.
Want o Heer, ik zeg “kom”en Gij komt,
Ik zeg “kom” en Gij komt en uw bloed wordt wijn
en uw lichaam brood voor wie hongerig zijn
en uw naam wordt een lied in mijn mond. (Gz. 51:3 = lied 840)
Ds. Gert Wybe van der Werff
In de kast op de orgelgalerij waarin de antependia worden bewaard (meervoud van ante-pendium; betekent letterlijk “voorhangsel” en zijn de kleden die over de avondmaalstafel liggen en aan de hoge kansel hangen) vond ik een beschrijving van de kleden van de hand van ds. Sienny Wiersma-Smelt. Zij heeft destijds de kleden aan de (toenmalige) Hervormde kerk geschonken, zo is mij verteld. Het papier is al die jaren keurig bewaard gebleven en het lijkt me aardig van haar toelichting bij het kleed, waar we nu tot in de Stille Week naar kijken, weer kennis te nemen.
Paars is de kleur van inkeer en ingetogenheid, boete, rouw. Het is naast de kleur voor de Veertigdagentijd als voorbereidingstijd op Pasen ook die van de voorbereidingstijd op Kerst: Advent. Het kan als kleur bij begrafenissen worden gebruikt, naast wit. Over de afbeelding op dit kleed schrijft ds. Wiersma-Smelt: In het centrum staat het Christusmonogram: de X en de P. Het zijn de Griekse beginletters van de naam Christus. De X=Ch. De P=r. De korenaren en de druiventros zijn verbonden met Christus. Hij is voor ons als brood om van te leven en wijn om feest te vieren. Zijn lichaam dat gebroken is als brood en zijn bloed dat vergoten is als wijn redt ons van zonden. Wij eten en drinken en worden ons bewust van onze zwakheden en van de genade van Christus. Wij delen het met elkaar en zijn in dankbaarheid en vreugde bijeen.
Want o Heer, ik zeg “kom”en Gij komt,
Ik zeg “kom” en Gij komt en uw bloed wordt wijn
en uw lichaam brood voor wie hongerig zijn
en uw naam wordt een lied in mijn mond. (Gz. 51:3 = lied 840)
Ds. Gert Wybe van der Werff